kloot - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kloot kloten
verkleinwoord klootje klootjes

Zelfstandig naamwoord

de kloot m

  1. voorwerp dat bestaat uit samengedrukt materiaal
  2. bolvormig voorwerp
  3. (anatomie) (vulgair) bolvormig mannelijke orgaan waar spermacellen worden gemaakt
  4. (persoon) (vulgair) vervelende kerel
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

[3],[4]

Een goedaardige man, een goedzak

Ze zeiden: 'Onze eigen zoon is een smeerlap, hij kijkt niet naar ons om, maar hij bent een goede kloot.'[5]

Verwensing

Vertalingen

3. informele benaming voor teelbal

Werkwoord

vervoeging van
kloten

kloot

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van kloten
  2. gebiedende wijs van kloten

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. kloot op website: Etymologiebank.nl
  4. "kloot" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  5. Bronlink geraadpleegd op 18 december 2023 Weblink bron
    Marc Coenen
    “Humo sprak met Charles Bukowski: 'Mijn enige filosofie is dat iedereen moet schijten en na het schijten zijn kont moet afvegen'” (4 maart 2014), Humo
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be