klop - WikiWoordenboek (original ) (raw )
de klop m [3] [4]
hoorbare slag ▸ Olive hoorde een zachte klop op de zolderdeur en ze ging rechtop zitten. [5]
nederlaag of pak slaag
klop
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kloppen
gebiedende wijs van kloppen
(bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kloppen
Klop je? ▸ Dan duw ik mezelf omhoog tot ik zit en ik klop het stof van mijn broek. [6] ▸ Ik klop naast me op het bankje. [6] ▸ Ik kies voor een middenweg en klop ferm op de deur. [7]
klop
het geluid dat ontstaat door met een vingergewricht tegen een hard oppervlak te tikken
99 %
van de Nederlanders;
100 %
van de Vlamingen.[8]
↑ klop op website: Etymologiebank.nl
↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
↑ Jessie Burton vert. Marja Borg “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff , ISBN 9789024574704
1 2 Marion Pauw e.a. “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff , ISBN 9789024582280
↑ Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
klop
kloppen «Ek het geklop aan 'n deur in 'n donker straat agter die teater.»Ik klopte op een deur in een donkele straat achter het theater.