knijpen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
knijpen kneep geknepen
klasse 1 volledig

Werkwoord

knijpen

  1. overgankelijk tussen twee punten druk uitoefenen
    • Mam, hij knijpt me weer!
      Onlangs reed hij nog in de Alpen, naar Val Thorens, finishplaats in de laatste Tourweek. ‘Dit is zwaarder. Die steile stukken hier knijpen je de keel dicht.’[3]
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties

Erg angstig/bang zijn

Vertalingen

1. tussen twee punten druk uitoefenen

Zelfstandig naamwoord

de knijpen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord knijp

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "knijpen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. knijpen op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink Weblink bron
    Rob Gollin
    “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be