knok - WikiWoordenboek (original) (raw)
de knok v / m [3] [4]
- knook
1.
knok
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knokken
- gebiedende wijs van knokken
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knokken
| 72 % |
van de Nederlanders; |
| 67 % |
van de Vlamingen.[5] |
- ↑ knok op website: Etymologiebank.nl
- ↑ knok op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be