knopen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
knopen knoopte geknoopt
zwak -t volledig

Werkwoord

knopen

  1. overgankelijk een vastzittende lus in een koord, draad of touw maken
    • Hij was het net aan het knopen.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Vergeet dat nooit meer!

Van armoede zich moeten behelpen.

Vertalingen

1. een vastzittende lus in een koord, draad of touw maken

Zelfstandig naamwoord

de knopen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord knoop

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. knopen op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be