knorren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
knorren /'knɔrə(n)/ knorde /'knɔrdə/ geknord /ɣə'knɔrt/
zwak -d volledig

Werkwoord

knorren

  1. inergatief (dierengeluid) een geluid voortbrengen zoals een varken
  2. inergatief misnoegen, ontevredenheid uiten op boze wijze
  3. (informeel) snorken, snurken
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

honger hebben

Ik zette mijn tent op een afgelegen veldje op. Met knorrende maag verwarmde ik een zak vriesdroge spaghetti bolognese op mijn JetBoil Minimo gaspit. [4]

Vertalingen

1. een geluid voortbrengen zoals een varken

Zelfstandig naamwoord

de knorren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord knor

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "knorren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. knorren op website: Etymologiebank.nl

  3. Herzen, Frank
    De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 72
  4. Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be