koesteren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
koesteren koesterde gekoesterd
zwak -d volledig

Werkwoord

koesteren

  1. overgankelijk iets geliefds nauw aan het hart houden, vertroetelen of verzorgen
    • Hij koesterde zijn geliefde op innige wijze.
  2. overgankelijk (figuurlijk) (over denkbeelden of gevoelens) voelen of er op nahouden
    • Hij koesterde wrok jegens zijn concurrent.
      Eerder werd al bekend dat verdachte Tetsuya Yamagami wrok tegen Abe koesterde, omdat de politicus volgens hem verbonden was aan een religieuze groep. Het is niet duidelijk waarom de 41-jarige man uiteindelijk Abe als slachtoffer koos.[4]
Vertalingen

1. iets geliefds nauw aan het hart houden

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. koesteren op website: Etymologiebank.nl
  3. "koesteren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 6 juli 2022 Weblink bron “Verdachte van moord op oud-premier Abe had eerst ander doelwit” (09 juli 2022), NU.nl
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be