koetsier - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koetsier koetsiers
verkleinwoord koetsiertje koetsiertjes

Zelfstandig naamwoord

de koetsier m

  1. (beroep) iemand die de paarden van een koets ment
Vertalingen

1. iemand die de paarden van een koets ment

Duits: Kutscher (de) m IJslands: ekill (is) m Noors: kusk (no) m Nynorsk: kusk (nn) m Papiaments: kochero Zweeds: kusk (sv)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "koetsier" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be