koevoet - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koevoet koevoeten
verkleinwoord koevoetje koevoetjes

Zelfstandig naamwoord

de koevoet m

  1. (gereedschap) stevige metalen stang voorzien van een gespleten einde, gebruikt om er zaken mee open te breken
    • Daar heb je een koevoet voor nodig.
Synoniemen
Vertalingen

1. stevige metalen stang voorzien van een gespleten einde, gebruikt om er zaken mee open te breken

Afrikaans: koevoet (af) Deens: brækjern (da) o, koben (da) o Duits: Kuhfuß (de) m, Brechstange (de) v, Brecheisen (de) o Engels: crowbar (en), (VS) prybar (en), (VK, Australië) jemmy (en), jemmy (en) (bar) Frans: pied-de-biche (fr), pied de biche (fr) m Noors: brekkjern (no) o, kubein (no) o, kuben (no) o Nynorsk: brekkjarn (nn) o, brekkjern (nn) o, kubein (nn) o Russisch: гвоздодёр (ru) Spaans: pie de cabra (es) m, pata de cabra (es) v, alzaprima (es) v Zweeds: kofot (sv) g

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "koevoet" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. koevoet op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord koevoet koevoete

Zelfstandig naamwoord

koevoet

  1. (gereedschap) koevoet