kok - WikiWoordenboek (original) (raw)
[2]: Een kok
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kok
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘fazantenhaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1551 [1]
- Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘die spijzen toebereidt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kok | koks |
| verkleinwoord | kokjekokkie | kokjeskokkies |
Zelfstandig naamwoord
de kok m
- (kookkunst) iemand die voedsel bereidt tot een maaltijd
- (beroep) iemand die het bereiden van maaltijden als beroep heeft
▸ In de Nederlandse culinaire wereld wordt geschokt gereageerd op het onverwachtse overlijden van topchef Jonnie Boer, op 60-jarige leeftijd. Veel jonge koks met wie hij werkte, hebben nu hun eigen bekende restaurants. Voor hen was hij een grote inspiratie.[2]
Verwante begrippen
- [1] kokkin v, koken, kokkerellen, kokkeren
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- Het zijn niet allen koks die lange messen dragen
uiterlijk vertoon bewijst niets ofwel: het gereedschap hebben maakt iemand nog geen vakman
- Veel koks bederven ( of verzouten) de brij
Stoett-1224 [3]
Vertalingen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kok | kokken |
| verkleinwoord | kokje | kokjes |
Zelfstandig naamwoord
de kok m
Hyponiemen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kokken |
kok
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kokken
- Ik kok.
- gebiedende wijs van kokken
- Kok!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kokken
- Kok je?
Anagrammen
- "kok" is een palindroom
Gangbaarheid
- Het woord kok staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kok" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- 1 2 "kok" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Weblink bron “Topchefs geschokt door dood Jonnie Boer: 'Hij leerde mij alles'” (23 april 2025), NOS - ↑ www.dbnl.org
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kok | koks / kokke |
Woordafbreking
- kok
Zelfstandig naamwoord
kok
Anagrammen
- "kok" is een palindroom
Duits
Uitspraak
- IPA: /koːk/
Woordafbreking
- kok
Werkwoord
kok
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd gebiedende wijs bedrijvende vorm van koken
Synoniemen
Anagrammen
- "kok" is een palindroom
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- kok
| Naar frequentie | 19314 |
|---|
Werkwoord
kok
- gebiedende wijs van koke
| m[A]+[B]+[C] | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | kok | koken | koker | kokene |
| genitief | koks | kokens | kokers | kokenes |
Zelfstandig naamwoord
[A] kok, m
Synoniemen
Afgeleide begrippen
| o[B]+[C] | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | kok | koket | kok | kokakokene |
| genitief | koks | kokets | koks | kokaskokenes |
Zelfstandig naamwoord
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- bringe i kok
aan de kook brengen
Zelfstandig naamwoord
- (kookkunst) partij die in een keer gekookt kan worden
Schrijfwijzen
Synoniemen
Anagrammen
- "kok" is een palindroom
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- kok
Werkwoord
kok
- gebiedende wijs van koka
Afgeleide begrippen
Werkwoord
kok
- gebiedende wijs van koke
Afgeleide begrippen
| m[A]+[B] | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | kok | koken | kokar | kokane |
Zelfstandig naamwoord
[A] kok, m
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Zelfstandig naamwoord
[B]: kok, m
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- bringe i kok
aan de kook brengen
| o[C] | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | kok | koket | kok | koka |
Zelfstandig naamwoord
[C] kok, o
Synoniemen
Anagrammen
- "kok" is een palindroom
Pools
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van het Franse coque
Zelfstandig naamwoord
Afgeleide begrippen
Zelfstandig naamwoord
kok
Anagrammen
- "kok" is een palindroom
Tsjechisch
Uitspraak
- IPA: /kɔk/
Woordafbreking
- kok
Woordherkomst en -opbouw
- [1] Afgeleid van het Latijnse coccus
Zelfstandig naamwoord
Verbuiging
| | enkelvoud | meervoud | | | ---------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------- | | nominatief | kok | koky | | genitief | koku | koků | | datief | koku | kokům | | accusatief | kok | koky | | vocatief | koku | koky | | locatief | koku | kocích | | instrumentalis | kokem | koky |
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
| diplokok enterokok mikrokok kokový | stafylokok streptokok tetrakok |
|---|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- Internetová jazyková příručka - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Slovník spisovného jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (1) (Tsjechisch)
- Slovník spisovného jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (2) (Tsjechisch)
- Příruční slovník jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
Zelfstandig naamwoord
kok
Anagrammen
- "kok" is een palindroom