kont - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kont konten
verkleinwoord kontje kontjes

Zelfstandig naamwoord

de kont v / m

  1. (informeel) (anatomie) billen, achterwerk
    • Hij zat de hele dag op z'n kont en deed niets.
    • Maar Albert was geen vlug type, alles kostte bij hem tijd. En al heel snel was daar Cécile geweest, hij was meteen hartstochtelijk verliefd, de ogen van Cécile, de mond van Cécile, de glimlach van Cécile, en daarna uiteraard de borsten van Cécile, de kont van Cécile, hoe wil je dan aan iets anders denken. [3]
  2. (scheepvaart) de achtersteven van een schip
    • De bijboot was aan de kont van het jacht vastgemaakt.
Hyponiemen
apenkont bofkont draaikont eendenkont femelkont flodderkont gestkont jachtkont jengelkont jongenskont kippenkont kletskont knijpkont knoeikont knuffelkont kwebbelkont leuterkont mafkont mazzelkont moerskont mopperkont oliekont otterkont rammelkont rommelkont scheurkont schijtkont snoepkont sufkont twijfelkont vrijkont vrouwenkont wiebelkont
Afgeleide begrippen
kontdraaier kontgat konthaar konthout kontkruipen kontkruiper kontkrummel kontlikken kontlikker kontlikster kontneuken kontneuker kontneukerij kontvegertje kontwachter kontzak kontzakje
Verwante begrippen
Vertalingen

1. de billen, het achterwerk

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. kont op website: Etymologiebank.nl
  2. "kont" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  3. Lemaitre, Pierre
    "Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 16
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be