koper - WikiWoordenboek (original) (raw)

Koper [2] Periodiek systeem der elementen (nld) H He Li Be B C N O F Ne Na Mg Al Si P S Cl Ar K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Cn Nh Fl Mc Lv Ts Og ↓ * La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu ** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord koper kopers
verkleinwoord
2 enkelvoud meervoud
naamwoord koper
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

koper

  1. m: persoon die koopt
    • Ze konden geen kopers vinden voor hun peperdure huis.
  2. o: (scheikunde), (element) een scheikundig element met symbool Cu en atoomnummer 29. Het is een roodgeel overgangsmetaal
    • Na het veel duurdere zilver is koper de beste geleider van elektrische stroom en van warmte van alle metalen.
Verwante begrippen
Anagrammen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

2. scheikundig element met symbool Cu en atoomnummer 29

Werkwoord

vervoeging van
koperen

koper

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van koperen
    • Ik koper.
  2. gebiedende wijs van koperen
    • Koper!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van koperen
    • Koper je?

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "koper" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be