kort - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kort korter kortst
verbogen korte kortere kortste
partitief korts korters -

Bijvoeglijk naamwoord

kort

  1. van geringe duur
    • een korte film
      Ik voelde een immense opluchting aangezien ik dacht dat we nu veilig waren. Maar dit gevoel duurde niet lang want na een kort praatje schreef hij opeens een officiële boete uit voor de hele groep omdat het blijkbaar verboden was om boven op Mount Whitney te overnachten.[2]
      Tijdens deze korte ontmoeting hadden de dames veel indruk op me gemaakt.[2]
  2. van geringe lengte
    • een korte strippenkaart

Bijwoord

Antoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

uiteindelijk verliezen

Iets kort, maar duidelijk vertellen

zonder lang nadenken

niet veel krijgen of mogen

iemand te weinig geven of begrijpen

met een leugen schiet iemand niets op, na verloop van tijd komt de waarheid altijd naar buiten

Stoett-1253 [3]

iets onvoldoende hebben of doen

Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
korten

kort

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van korten
  2. gebiedende wijs van korten
vervoeging van
korren

kort

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van korren
    • Jij kort.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van korren
    • Hij kort.
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van korren
    • Kort!

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "kort" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. 1 2
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. www.dbnl.org
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Nedersaksisch

Bijvoeglijk naamwoord

kort

  1. kort; van geringe duur

Turks

Woordafbreking
enkelvoud meervoud
nominatief kort kortlar
genitief kortun kortların
datief korta kortlara
accusatief kortu kortları
locatief kortta kortlarda
ablatief korttan kortlardan

Zelfstandig naamwoord

kort

  1. (sport) tennisbaan, tenniscourt, tennisveld
Synoniemen

Veluws

Bijvoeglijk naamwoord

kort

  1. kort; van geringe duur

Zweeds

stellend vergrotend overtreffend
kort kortare kortast

Bijvoeglijk naamwoord

kort

  1. kort
Antoniemen
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

kort o

  1. kaart
  2. foto
Verbuiging
korts enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief kort kortet kort korten
genitief korts kortets korts kortens
Verwante begrippen