kraag - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kraag kragen
verkleinwoord kraagje kraagjes

Zelfstandig naamwoord

de kraag m

  1. (kleding) een kledingstuk rond de hals
    • Iedereen kent het schilderij van Spinoza, met zwarte mantel en witte kraag, donkere ogen en afgeronde wenkbrauwen.
  2. (kleding) een omgeslagen rand van een kledingstuk bij de halsopening
    • De kraag van dit overhemd is versleten.
      'Wij trekken ze aan hun kraag uit de goot, want vuile handen maken dat doen jullie liever niet ' Haar woorden schieten langs me heen als hagel.[3]
      De nek die uit zijn kraag verrijst, de handen en polsen die uit zijn mouwen steken - overal ziet Nella alleen maar donkerbruine huid.[4]
  3. de naam van voorwerpen die op een kraag lijken, zoals een opstaande rand
  4. een witte rand schuim op een glas bier
    • Vlak na het inschenken bestaat de kraag voor 70% uit gas en 30% uit bier.
  5. Wanneer het water aan de randen van een meer of vijver zijn bevroren.
    • Langs de rand van de molenvijver was een kraag van ijs ontstaan.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Ergens bij om het leven komen

dronken zijn

Vertalingen

1. een kledingstuk rond de hals

2. een omgeslagen rand van een kledingstuk bij de halsopening

3. de naam van voorwerpen die op een kraag lijken, zoals een opstaande rand

4. een witte rand schuim op een glas bier

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "kraag" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. kraag op website: Etymologiebank.nl

  3. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340

  4. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord kraag krae

Zelfstandig naamwoord

kraag

  1. (kleding) kraag