krimpen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
krimpen kromp gekrompen
klasse 3 volledig

Werkwoord

krimpen

  1. ergatief kleiner in omvang worden
    • De bevolking is gekrompen.
  2. ergatief, (kleding) kleiner worden na een wasbeurt
    • De broek was in de was gekrompen en hij kreeg hem niet meer aan.
  3. ergatief (scheepvaart) (van wind) geleidelijk van richting veranderen, tegen de wijzers van de klok in
    • Op het noordelijk halfrond gaat de wind krimpen bij het naderen van een lagedrukgebied.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
aankrimpen bekrimpen ineenkrimpen inkrimpen samenkrimpen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. krimpen op website: Etymologiebank.nl
  3. "krimpen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be