krimpen - WikiWoordenboek (original) (raw)
krimpen
- ergatief kleiner in omvang worden
- De bevolking is gekrompen.
- ergatief, (kleding) kleiner worden na een wasbeurt
- De broek was in de was gekrompen en hij kreeg hem niet meer aan.
- ergatief (scheepvaart) (van wind) geleidelijk van richting veranderen, tegen de wijzers van de klok in
- Op het noordelijk halfrond gaat de wind krimpen bij het naderen van een lagedrukgebied.
| 100 % |
van de Nederlanders; |
| 100 % |
van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ krimpen op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "krimpen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be