kruidenier - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kruidenier kruideniers
verkleinwoord kruideniertje kruideniertjes

Zelfstandig naamwoord

de kruidenier m

  1. (beroep) winkelier in levensmiddelen
  2. (handel) winkel met levensmiddelen
  3. krenterig persoon
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

2. winkel met levensmiddelen

Duits: Lebensmittelgeschäft (de) o Engels: convenience store (en), (hoek van de straat) corner store (en), (New York) bodega (en), (verkoopt ook vers fruit, groente) grocery store (en) Frans: épicerie (fr) v, (Canada) dépanneur (fr) m Spaans: tienda de comestibles (es) v, abacería (es) v

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "kruidenier" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be