kuil - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kuil kuilen
verkleinwoord kuiltje kuiltjes

Zelfstandig naamwoord

[A] de kuil m

  1. een uitholling in de grond, een gegraven gat
    • Er zat een diepe kuil in de weg.
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Wie een plan bedenkt om een ander een hak te zetten, wordt daar zelf juist de dupe van

Vertalingen

1. uitholling, holte, diepte

enkelvoud meervoud
naamwoord kuil kuilen
verkleinwoord kuiltje kuiltjes

Zelfstandig naamwoord

[B] de kuil m

  1. een zakvormig visnet
  2. het achterste deel van een sleepnet
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

2. achterste deel van een sleepnet

Werkwoord

vervoeging van
kuilen

kuil

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kuilen
    • Ik kuil.
  2. gebiedende wijs van kuilen
    • Kuil!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kuilen
    • Kuil je?

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "kuil" in: Sijs, N. van der Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen. 2e druk (2002) Veen, Amsterdam / Antwerpen; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3; p. kuil1
  2. kuil op website: Etymologiebank.nl
  3. "kuil" in: Sijs, N. van der Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen. 2e druk (2002) Veen, Amsterdam / Antwerpen; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3; p. kuil2
  4. Guus Kroonen, The Proto-Germanic n-stems: A study in diachronic morphophonology, Amsterdam, Rodopi, 2011, blz. 175-176.
  5. kuil op website: Etymologiebank.nl
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Indonesisch

kuil: tempel

Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

kuil

  1. (religie), (bouwkunde) tempel