kuip - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kuip kuipen
verkleinwoord kuipje kuipjes

Zelfstandig naamwoord

de kuip v / m

  1. (techniek), (materiaalkunde) wijd, houten, metalen of plastic vat
    • In de kuip worden appels tot moes gemaakt.
    • Bij de wijnproductie hebben houten kuipen plaatsgemaakt voor glimmende gistingstanks.
  2. door de verwante vorm een voetbalstadion
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

weten met wat voor mensen je te doen hebt

Typische woordcombinaties
Vertalingen

1. wijd, houten, metalen of plastic vat

Werkwoord

vervoeging van
kuipen

kuip

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kuipen
    • Ik kuip.
  2. gebiedende wijs van kuipen
    • Kuip!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kuipen
    • Kuip je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "kuip" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. kuip op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord kuip kuipe

Zelfstandig naamwoord

kuip

  1. kuip
  2. (sport) pit, plek voor onderhoud tijdens een auto- of motorwedstrijd
    «Tydens vanmiddag se kwalifisering, mag geen verstellings aan die motors gedoen word nie, daarom word motors elke vier tot vyf rondes in die kuipe verwag.»[1]
    Tijdens de qualificatie van vanmiddag mag er niets aan de motoren gesleuteld worden, daarom worden ze elke vier of vijf rondes in de pit verwacht.

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron
    Owen Kock
    “OFM, Motors en mooi meisies” (30 januari 2010)