kunde - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kunde -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de kunde v

  1. (verouderd) bekendheid met, kennis van zaken (nu vooral gangbaar als rechterdeel van samenstellingen die een gebied van studie of wetenschappelijke discipline aangeven)
  2. bekwaamheid in een vak, wetenschap of in algemene zin
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

2. bekwaamheid in een vak, wetenschap of in algemene zin

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. "kunde" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Middelnederlandsch Woordenboek
  4. Vroegmiddelnederlands Woordenboek
  5. kunde op website: Etymologiebank.nl
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Categorieën: