kundigheid - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kundigheid kundigheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de kundigheid v

  1. de kennis en vaardigheid nodig om een bepaalde taak te verrichten
    • Met grote kundigheid wist de chirurg de operatie tot een goed einde te brengen.
    • Het repareren van een horloge vereist een grote kundigheid van de horlogemaker.
Synoniemen
  1. vaardigheid, bekwaamheid, vakbekwaamheid, competentie
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. kundigheid op website: Etymologiebank.nl