kwijl - WikiWoordenboek (original) (raw)
- In de betekenis van ‘zever’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1440 [1]
het kwijl o
- speeksel dat onwillekeurig uit de mond stroomt
kwijl
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kwijlen
- gebiedende wijs van kwijlen
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kwijlen
| 99 % |
van de Nederlanders; |
| 99 % |
van de Vlamingen.[2] |
- ↑ "kwijl" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be