laatste - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- laat·ste
Woordherkomst en -opbouw
- [bijvoeglijk naamwoord] afleiding van laat met het achtervoegsel -st en de uitgang -e
- [zelfstandig naamwoord] afleiding van laatst met het achtervoegsel -e [1]
- [onbepaald rangtelwoord] afleiding van laat met het achtervoegsel -ste [2]
Bijvoeglijk naamwoord
laatste
- verbogen vorm van de overtreffende trap van laat
- Ze wilden graag het laatste nieuws horen.
▸ Het was dus maar zeer de vraag of het iets had uitgemaakt als hijzelf aanwezig had kunnen zijn bij de laatste fase van het storten, toen het ongeluk plaatsvond.[3]
▸ Vanwege de werkzaamheden reden gisteren ook al minder treinen van en naar het hoofdstation. Vannacht om 00:50 uur vertrok de laatste trein.[4]
- Ze wilden graag het laatste nieuws horen.
laatste
- verbogen vorm van de stellende trap van laatst
Uitdrukkingen en gezegden
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | laatste | laatsten |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
de laatste m
- wie of wat niet meer door anderen wordt gevolgd
- Wanneer jullie weggaan, moet de laatste het licht uitdoen.
Uitdrukkingen en gezegden
- De eersten zullen de laatsten zijn.
- Altijd het laatste woord willen hebben
- De laatste der Mohikanen zijn
de laatste zijn die nog ergens in gelooft
- De laatste hand aan iets leggen
iets afmaken/voltooien
- De laatste loodjes wegen het zwaarst
aan het eind van de klus wordt het werken het meest moeilijk; de dingen op het einde van een karwei zijn het vermoeiendst
- De laatsten zullen de eersten zijn
- Het laatste hemd heeft geen zakken
- Kijken alsof men z'n laatste oortje versnoept heeft
verlegen en beteuterd kijken
- Zijn laatste troef uitspelen
het laatste wat iemand achter de hand had naar buiten brengen
Onbepaald rangtelwoord
laatste
- in een reeks door niets meer gevolgd worden
- De laatste deelnemer had bijna twee keer zo tijd nodig als de eerste.
▸ Dit zou toch niet mijn laatste nacht op aarde worden?[5]
- De laatste deelnemer had bijna twee keer zo tijd nodig als de eerste.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
- Het woord laatste staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "laatste" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[6] |
Verwijzingen
- ↑ laatste op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron
W. Haeseryn e.a.
“7.3.1 Vorming van rangtelwoorden.” (januari 2019) op e-ans.ivdnt.org (Algemene Nederlandse Spraakkunst) - ↑
Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
“Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044628142 - ↑
Weblink bron “Station Groningen ruim twee maanden dicht vanwege verbouwing” (10 mei 2025), NOS - ↑
Tim Voors
“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be