landloper - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- land·lo·per
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van landlopen met het achtervoegsel -er [1][2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | landloper | landlopers |
| verkleinwoord | landlopertje | landlopertjes |
Zelfstandig naamwoord
- zwerver zonder beroep en vaste verblijf- of woonplaats en/of bestaansmiddelen (op het platteland)
Hyperoniemen
Vertalingen
1.
| Spaans: vagabundo (es) m, vago (es) m |
|---|
Gangbaarheid
- Het woord landloper staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "landloper" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.