leerling - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- leer·ling
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘iem. die onderwijs krijgt’ voor het eerst aangetroffen in 1496 [1]
- Naamwoord van handeling van leren met het achtervoegsel -ling. [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | leerling | leerlingen |
| verkleinwoord | leerlingetje | leerlingetjes |
Zelfstandig naamwoord
de leerling m
- (onderwijs) iemand die onderwijs volgt
▸ Hij was een goede leerling op de voorname Burgerdeugdschool en schreef zich als zeventienjarige in als theologiestudent.[3]
▸ 'Meneer Green vindt mij een briljante leerling en wil me extra lessen geven, zodat ik later kan studeren.[4]- De meester gaf de leerlingen een proefwerk.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. iemand die onderwijs volgt
Gangbaarheid
- Het woord leerling staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "leerling" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[5] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ "leerling" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ leerling op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Daan Bronkhorst
“Kierkegaard” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025313562 - ↑ “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be