leerling - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leerling leerlingen
verkleinwoord leerlingetje leerlingetjes

Zelfstandig naamwoord

de leerling m

  1. (onderwijs) iemand die onderwijs volgt
    Hij was een goede leerling op de voorname Burgerdeugdschool en schreef zich als zeventienjarige in als theologiestudent.[3]
    'Meneer Green vindt mij een briljante leerling en wil me extra lessen geven, zodat ik later kan studeren.[4]
    • De meester gaf de leerlingen een proefwerk.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. iemand die onderwijs volgt

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "leerling" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. leerling op website: Etymologiebank.nl

  3. Daan Bronkhorst
    “Kierkegaard” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025313562
  4. “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be