lesrooster - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

lesrooster

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lesrooster lesroosters
verkleinwoord lesroostertje lesroostertjes

Zelfstandig naamwoord

het lesrooster o

  1. (onderwijs) schema waarin staat op welke tijd waar, welke les wordt gegeven aan wie en door wie
    • Het maken van een lesrooster is de taak van de roostermaker.
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be