leugenachtig - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen leugenachtig leugenachtiger leugenachtigst
verbogen leugenachtige leugenachtigere leugenachtigste
partitief leugenachtigs leugenachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

leugenachtig

  1. (van persoon) geneigd om veel te liegen.
  2. leugens bevattend
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. www.nrc.nl (12 feb 2025)
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be