leunen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
leunen leunde geleund
zwak -d volledig

Werkwoord

leunen

  1. inergatief steunen, het evenwicht bewaren door het eigen gewicht deels door iets anders te laten steunen
    • Hij leunde tegen de muur.
    • De Koning leunde voorover in zijn Troon en zijn stem klonk zacht, toen hij verder ging: 'Hij heeft besloten om naar de Zuidelijke Doorgang te gaan. Hij wil een poging doen om in de Vallei der Dwaasheid te komen. Dat betekent dat hij de Trappen van het Kwaad zal moeten beklimmen. Wij hier weten hoe gevaarlijk dat kan zijn. Wij kunnen hem niet vergezellen op zijn tocht.'[2]
      Hun handen en voetzolen drukken tegen elkaar aan, maar hun lichamen leunen achterover.[3]
      De dames zitten op hun handdoeken en leunen relaxed tegen hun rugzakken.[4]
      Ik leunde tegen de rotswand en volgde gespannen zijn vorderingen.[5]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. steunen, het evenwicht bewaren door het eigen gewicht deels door iets anders te laten steunen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "leunen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Herzen, Frank
    De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 115

  3. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  4. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280

  5. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be