lid - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lid leden
verkleinwoord lidje lidjes

Zelfstandig naamwoord

het lid o

  1. (maatschappij) iemand die behoort tot een bepaalde groep, vereniging, organisatie of sekte
    • De NCRV heeft nieuwe leden nodig om deze te kunnen blijven uitzenden!
      Een jongen uit het dorp, Adrian, lid van de Anarchistische Partij.[2]
      Ik ben lid van de Republikeinse Eenheidspartij.[2]
  2. (juridisch) deel van een paragraaf van een wetsartikel
    • De tekst van art. 269, derde lid, b), is van toepassing vanaf 10.01.2005.
  3. (anatomie) mannelijk geslachtsdeel, penis
    • Ik nam zijn lid in mijn mond.
  4. (anatomie) ooglid
  5. (anatomie) deel van het lichaam in het algemeen
  6. (biologie) deel van een insect
  7. (biologie) deel van de stengel dat zich tussen de twee knopen bevindt
    • De knoop is de plaats waar een blad aan de stengel vastzit en een lid is een stuk stengel tussen twee knopen.
  8. (taalkunde) deel van een samengesteld woord
    • Het eerste lid van een samenstelling.
  9. (verouderd) deksel
  10. rang binnen een ridderorde, onder die van ridder
Synoniemen
Verwante begrippen

+

Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

niet helemaal gezond zijn

Verwante begrippen
Vertalingen

1. iemand die behoort tot een groep, organisatie of sekte

2. deel van een wetsartikel

3. mannelijk geslachtsdeel

7. deel van de stengel dat zich tussen de twee knopen bevindt

8. deel van een samengesteld woord

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. 1 2 3 "lid" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord lid lede
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

lid

  1. lid; iemand die behoort tot een groep, vereniging, organisatie of sekte
  2. (anatomie) lid; deel van het lichaam
Afgeleide begrippen

Engels

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

lid

  1. deksel
  2. (anatomie) ooglid
Synoniemen
  1. top, cap
  2. eyelid

Middelengels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

lid

  1. deksel
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening

Oudhoogduits

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

lid

  1. lid; iemand die behoort tot een groep, vereniging, organisatie of sekte
Overerving en ontlening

Pools

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

lid

  1. lead
Schrijfwijzen
Synoniemen

Meer informatie

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

lid monbezield

  1. volk; een groep mensen die een aantal dingen gemeenschappelijk hebben, zoals afstamming, taal, gewoontes of overlevering
  2. volk; de lagere klassen
  3. volk, natie; de inwoners van een land
    «Podle platné Ústavy České republiky je lid zdrojem veškeré moci ve státě.»
    Volgens de geldige grondwet van Tsjechië is het volk de bron van alle macht in de staat.
  4. volk; een aantal mensen
Verbuiging

| | enkelvoud | meervoud | | | ---------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------- | | nominatief | lid | lidy | | genitief | lidu | lidů | | datief | lidu | lidům | | accusatief | lid | lidy | | vocatief | lide | lidy | | locatief | lidu | lidech | | instrumentalis | lidem | lidy |

Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
  1. národ monbezield
Afgeleide begrippen
lidé mv lidnatý lidojed m lidoop m lidovláda v lidový lidovýchova v lidožrout m lidumil m lidský lidumil zlidovět zlidštět zlidštit
Typische woordcombinaties
Verwante begrippen
lidnatost v lidojedský lidojedství o lidově (bw.) lidovost v lidožroutský lidožroutství o lidskost v lidstvo o lidství o lidumilnost v lidumilný odlidštěný přelidnění o přelidněný zalidnění o zalidněný zlidštění o
Paroniemen

Meer informatie

Verwijzingen