lila - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lila
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

het lila o

  1. (kleur) lichte tint van paars
    De ronde bergen in de verten kleurden pastelblauw en lila en vormden een mooi contrast met de warme aardse kleuren om mij heen.[4]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend
onverbogen lila
verbogen
partitief lila's

Bijvoeglijk naamwoord

lila

  1. (kleur) de kleur lila hebbend
    • Hij rijdt in een lila auto.
Synoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "lila" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. lila op website: Etymologiebank.nl
  3. lila op website: Etymologiebank.nl

  4. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Kleuren in het Nederlands (nld) (de kleuren zijn slechts indicatief) (zie ook: RAL-kleuren)

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

lila

  1. (kleur) lila bn ; licht paars
  2. (spreektaal) gemiddeld
Synoniemen
  1. fliederblau, fliederfarben, fliederfarbig, veilchenblau, veilchenfarben, veilchenfarbig
Antoniemen
  1. blau, rot, gelb, grün
Hyperoniemen
  1. bunt, farbig
Hyponiemen
  1. helllila
Verwante begrippen

Hongaars

stellend vergrotend overtreffend overdreven
lila lilább leglilább legesleglilább

Bijvoeglijk naamwoord

lila

  1. (kleur) paars

Spaans

enkelvoud meervoud
lila lilas

Zelfstandig naamwoord

lila v

  1. (kleur) lila zn

| | enkelvoud | meervoud | | | -------------------------------------------------------------- | -------------------------------------------------------- | ----- | | mannelijk | lila | lilas | | vrouwelijk | lila | lilas |

Bijvoeglijk naamwoord

lila

  1. (kleur) lila bn

Pools

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

lila

  1. (kleur) lila bn ; licht paars
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking

Bijvoeglijk naamwoord

lila

  1. (kleur) lila bn ; licht paars
Verbuiging
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Verwijzingen

Werkwoord

lila

  1. vrouwelijk derde persoon enkelvoud verleden tijd van het imperfectieve werkwoord lít
  2. onzijdig derde persoon meervoud verleden tijd van het imperfectieve werkwoord lít
  3. vrouwelijk enkelvoud actief deelwoord van het imperfectieve werkwoord lít
  4. onzijdig meervoud actief deelwoord van het imperfectieve werkwoord lít

Zweeds

Bijvoeglijk naamwoord

lila

  1. (kleur) paars