lipstick - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

lipstick

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lipstick lipsticks
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de lipstick m

  1. (cosmetica) een soort stift zn om de lippen te kleuren, over het algemeen alleen door vrouwen gebruikt
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "lipstick" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. lipstick op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
lipstick lipsticks

Zelfstandig naamwoord

lipstick

  1. (cosmetica) lipstick, lippenstift