lommer - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lommer -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de lommer m

  1. schaduw

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "lommer" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Deens

Woordafbreking
Naar frequentie 6577

Zelfstandig naamwoord

lommer, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van lom

Zelfstandig naamwoord

lommer, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van lomme