lonken - WikiWoordenboek (original ) (raw )
In de betekenis van ‘een lokkende blik toewerpen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1513 [1]
lonken
inergatief verleidelijk knipogen
Zij lonkte naar hem, maar hij ging er niet op in.
Zij kon het lonken niet laten, zij lonkte naar iedere man Dat liep veel te veel in de gaten, en oh daar kwam narigheid van (Friso Wiegersma , 1963, Wim Sonneveld ) [2]
96 %
van de Nederlanders;
96 %
van de Vlamingen.[3]
↑ "lonken" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen , 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org ; ISBN 90 204 2045 3
↑ Zij kon het lonken niet laten
↑ Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be