loop - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
enkelvoud meervoud
naamwoord loop lopen
verkleinwoord loopje loopjes

Zelfstandig naamwoord

de loop m

  1. voorste deel van een wapen
  2. route van een rivier
  3. voortgang
    • In de loop van de avond.
    • In de loop van het gesprek.
      Kritisch te kijken naar wie je bent geworden en te reflecteren op de minder fraaie eigenschappen die er in de loop van de jaren zijn ingeslopen.[1]
      Was Harald ronduit slecht, een duivel in mensengedaante die je zijn eigen ondergang tegemoet moest laten gaan? Een gruwelijke gedachte, maar als je je gedachten de vrije loop liet kon er van alles bovenkomen.[2]
  4. het lopen of hardlopen
Hyponiemen
aanloop beekloop beloop benedenloop bosloop bovenloop braakloop buikloop crossloop damloop doorloop driegloop dronkenmansloop dubbelloop duurloop estafetteloop gazelleloop gedachteloop geweerloop groenloop hindernisloop hordeloop hyperloop intervalloop kanonloop kippenloop kringloop leegloop levensloop marathonloop massaloop middenloop naaktloop neusloop oriëntatieloop oriënteringsloop overloop planetenloop prestatieloop renloop rivierloop rodeloop samenloop schijfloop snelloop sponsorloop stapelloop stierenloop stormloop strandloop stratenloop stroomloop terloops terugloop toeloop treinenloop trimloop tweeloop uitloop ultraloop veldloop voorloop vrijloop wandelloop waterloop wedloop zakloop zwemloop
Afgeleide begrippen
dubbelloopsgeweer loop-in-'t-lijntje loopachtig loopactie loopafstand loopas loopauto loopbaan loopband loopbeen loopbeperking loopbeweging loopbrug loopdag loopdeur loopdienst loopduur loopeend loopfiets loopgedrag loopgips loopgraaf loopgracht loopgroep loophek loophengel loopjongen loopkabel loopkar loopkat loopkever loopklos loopkoets loopkraan looplamp looplezen looplijn loopmaat loopmare loopmeditatie loopmicrofoon loopneus loopnummer loopoor looporkest looppad looppapegaai looppas looppiste loopplaats loopplank looppop looprail looprek looprichting loopring looproute loopruimte loops loopschacht loopschoen loopscholing loopsluis loopsnelheid loopsport loopstal loopstijl loopstoel looptechniek looptelefoon looptempo looptest looptijd looptocht loopton looptrainer looptraining loopvermogen loopvlak loopvloeistof loopvoet loopvogel loopvriendelijk loopvuur loopwagen loopwedstrijd loopwerk loopwiel loopwonder loopzand loopzool
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
lopen

loop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lopen
    • Ik loop.
  2. gebiedende wijs van lopen
    • Loop!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lopen
    • Loop je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia

  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044625691
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be