los - WikiWoordenboek (original) (raw)

los of lynx.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen los losser lost
verbogen losse lossere loste
partitief los lossers -

Bijvoeglijk naamwoord

los

  1. zonder vaste verbinding, niet bevestigd, ongebonden
    • De hond is los.
    • Het verhaal is losjes gebaseerd op een slecht gedocumenteerd historisch mengsel van feit en achterklap: de driehoeksverhouding tussen de Britse koningin Anne, haar jeugdvriendin, belangrijkste adviseur en misschien wel geliefde Sarah Churchill (Rachel Weisz) en het ambitieuze kamermeisje Abigail Masham. [6]
  2. afzonderlijk, apart
  3. niet strak
  4. niet stijf, vlot, ongedwongen, ongegeneerd
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

zaken die niets met elkaar te maken hebben die samengebracht worden

iets klopt er niet aan

die is niet helemaal goed bij zijn hoofd

helemaal niets zeker zijn

Bijwoord

los

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
Afgeleide begrippen
enkelvoud meervoud
naamwoord los lossen
verkleinwoord losje losjes

Zelfstandig naamwoord

de los m

  1. (roofdieren) bepaald soort zoogdier, Lynx lynx op Wikispecies, een katachtige met een korte staart
Synoniemen
Verwante begrippen

+

Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
lossen

los

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lossen
    • Ik los.
  2. gebiedende wijs van lossen
    • Los!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lossen
    • Los je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. los (niet gebonden) op website: Etymologiebank.nl
  3. 1 2 "los" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. los (roofdier) op website: Etymologiebank.nl
  6. de Volkskrant Floortje Smit2 januari 2019 The Favourite is verschrikkelijk grappig en oneindig tragisch (vijf sterren)
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

los [A]

  1. lossen, los laten

Bijvoeglijk naamwoord

los [B]

  1. los
Antoniemen

Angelsaksisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

los

  1. verlies
  2. verwoesting, vernieling
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening

Duits

Uitspraak
Woordafbreking

Bijvoeglijk naamwoord

los

  1. los
  2. gaande; aan de hand
    «Was ist los
    Wat is er aan de hand?
Afgeleide begrippen

Middelengels

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

los

  1. verlies
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening

Middelnederduits

Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

los

  1. (roofdieren) los, lynx; een kattensoort met een korte staart
Overerving en ontlening

Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

los

  1. los
  2. vrij

Nedersaksisch

Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

los

  1. open
Schrijfwijzen

Oudhoogduits

Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

los

  1. los

Oudsaksisch

Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

los

  1. (roofdieren) los, lynx; een kattensoort met een korte staart
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening

Pools

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

los monbezield

  1. lot, noodlot
  2. lot; een biljet voor een loterij
Synoniemen
  1. kupon m
Afgeleide begrippen

Slowaaks

Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

los m

  1. (evenhoevigen) eland; een groot hert uit de poolstreken met een opvallend groot en breed vertakt gewei
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Spaans

Lidwoord

los mmv

  1. de

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

los mbezield [A]

  1. (evenhoevigen) eland; een groot hert uit de poolstreken met een opvallend groot en breed vertakt gewei
Verbuiging
enkelvoud meervoud
nominatief los losi / losové
genitief losa losů
datief korte vorm losu losům
lange vorm losovi
accusatief losa losy
vocatief lose losi / losové
locatief korte vorm losu losech
lange vorm losovi
instrumentalis losem losy
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Meer informatie

Verwijzingen

Zelfstandig naamwoord

los monbezield [B]

  1. lot; een biljet voor een loterij
  2. lot, loting; toevalskans
  3. lot, noodlot, wat het toeval iemand toebedenkt
Verbuiging

| | enkelvoud | meervoud | | | ---------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ | ------------------------------------------------------------------------------------------------- | | nominatief | los | losy | | genitief | losu | losů | | datief | losu | losům | | accusatief | los | losy | | vocatief | lose | losy | | locatief | losu / lose | losech | | instrumentalis | losem | losy |

Synoniemen
  1. tiket monbezield
  2. losování o, losovačka v
  3. osud monbezield, úděl monbezield, sudba v
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Verwijzingen

Veluws

Woordafbreking

Bijvoeglijk naamwoord

los

  1. open
Schrijfwijzen