losmaken - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- los·ma·ken
Woordherkomst en -opbouw
- samenstelling van los en maken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| losmaken | maakte los | losgemaakt |
| zwak -t | volledig |
Werkwoord
losmaken
- overgankelijk ervoor zorgen dat iets of iemand los wordt
- We moeten eerst die knoop losmaken.
- overgankelijk minder vast laten zijn
- Jullie moeten je echt wat meer losmaken van elkaar.
- overgankelijk bemachtigen
- Ik heb dit mooie huis voor een koopje bij hem kunnen losmaken.
- overgankelijk interesses of emoties oproepen
- Dit gaat een hoop bij mij losmaken...
- overgankelijk zich ontdoen van
- Wie maakt me los?
Vertalingen
1. ervoor zorgen dat iets of iemand los wordt
Gangbaarheid
- Het woord losmaken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "losmaken" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[1] |
Verwijzingen
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be