makker - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord makker makkers
verkleinwoord makkertje makkertjes

Zelfstandig naamwoord

de makker m

  1. iemand aan wie men door persoonlijke voorkeur verbonden is
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

1. iemand aan wie men door persoonlijke voorkeur verbonden is

Bijvoeglijk naamwoord

makker

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van mak

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "makker" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. makker op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be