marionet - WikiWoordenboek (original) (raw)

Marioner met speler.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord marionet marionetten
verkleinwoord marionetje marionetjes

Zelfstandig naamwoord

de marionet v / m

  1. pop die hangt aan een aantal draden en daarmee bespeeld kan worden
    • De kinderen zaten ademloos te kijken naar een spel met marionetten.
  2. (figuurlijk) iemand in een belangrijke functie die klakkeloos doet wat machthebbers van hem verlangen
    • Na de inval in Tsjechoslowakije in '68 werd de regering daar vervangen door een stel marionetten van het Kremlin.
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. marionet op website: Etymologiebank.nl
  3. "marionet" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be