maritiem - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen maritiem maritiemer maritiemst
verbogen maritieme maritiemere maritiemste
partitief maritiems maritiemers -

Bijvoeglijk naamwoord

maritiem

  1. (scheepvaart) betreffende de zeevaart.
    • Nederland heeft een maritieme geschiedenis.

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "maritiem" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be