marron - WikiWoordenboek (original) (raw)

A 1. zwarte die uit slavernij naar de wildernis is ontsnapt

A 2. groep afstammelingen van zwarten die uit slavernij ontsnapt zijn, rond 1930

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord marron marrons
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

[A] marron m

  1. (Suriname) (geschiedenis) zwarte die uit slavernij naar de wildernis is ontsnapt
    • Het ontoegankelijke bos wordt beschreven als bondgenoot van de marrons en als vijand van de blanke. Een oude slaaf waarschuwt: ‘Vluchten is één kans op vrijheid en duizend kansen op een wrede, afschuwelijke dood.’ [2]
  2. (Suriname) iemand die afstamt van zwarten die uit slavernij naar de wildernis waren ontsnapt
    • Marrons, nakomelingen van ooit gevluchte slaven die leven in de binnenlanden van Suriname en Frans Guyana, hebben hun Afrikaanse genetische erfenis voor 98 procent bewaard. [3]
Synoniemen
Afgeleide begrippen

B 1. grote kastanje

enkelvoud meervoud
naamwoord marron marrons
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

[B] marron m

  1. (voeding) grote kastanje, vrucht van de tamme kastanje, Castanea sativa op Wikispecies
    • De allermooiste kastanje is ongetwijfeld de marron, die één noot per bolster bevat. Zowel de kastanje als deze marron zijn de vruchten van de tamme kastanje. [5]
    • Ook uit de keuken van de Périgord is de marron aan het verdwijnen. Er zijn winig koks meer die het bos intrekken, voordat zij het eten gaan maken. [6]
Afgeleide begrippen
stellend
onverbogen marron
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

[B] marron

  1. (kleur) kastanjebruin, in een bepaalde tint, vergelijkbaar met RAL-nummer 8015 ( )

Gangbaarheid

41 % van de Nederlanders;
41 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "marron" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Rutgers, W. "1952. Literair nationalisme, een nieuw geloof in Negerschap. Eddy Bruma" in: De brug van Paramaribo naar Willemstad. Nederlands-Caribische en Caribisch-Nederlandse literatuur 1945-2005. (2007) Fundashon pa Planifikashon di Idioma / Universiteit van de Nederlandse Antillen, Curaçao; geraadpleegd 2018-03-18
  3. Vlasblom, D. Surinaamse marrons zijn genetisch nog Afrikanen (7 november 2017) op website: nrc.nl; geraadpleegd 2018-03-18
  4. Koenen, L. Van bosneger tot marron (10 november 2009) op website: nrc.nl; geraadpleegd 2018-03-18
  5. Cas Hoe maak ik lekkere en gezonde gerechten met kastanjes op website: leerwiki.nl; geraadpleegd 2018-03-18
  6. Kastanjes op website: dordogne-vakantie.nl; geraadpleegd 2018-03-18
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Frans

A 1. Beeld voor de "onbekende marron" in Haïti.

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

| | enkelvoud | meervoud | | | | | ---------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------- | | zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord | | | mannelijk | marron | le marron | marrons | les marrons | | vrouwelijk | marronne | la marronne | marronnes | les marronnes |

Zelfstandig naamwoord

[A] marron m

  1. (Frans Guyana) marron, iemand uit slavernij naar de wildernis is ontsnapt
  2. illegaal drukwerk

| | enkelvoud | meervoud | | | ---------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- | | mannelijk | marron | marrons | | vrouwelijk | marronne | marronnes |

Bijvoeglijk naamwoord

[A] marron m

  1. verwilderd (van dieren of planten)
  2. ontsnapt (van een slaaf)
  3. (spreektaal) nep, malafide, onbetrouwbaar
    «Ce type est un courtier marron
    Die kerel is een beunhaas.[1]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
marron le marron marrons les marrons

Zelfstandig naamwoord

[B] marron m

  1. (voeding) grote kastanje, vrucht van de tamme kastanje; in het bijzonder de variëteit afkomstig uit een schil die maar één vrucht bevat
  2. (RAL-kleur) kastanjebruin zn , bepaalde tint met RAL-nummer 8015 ( )
  3. (figuurlijk) (spreektaal) mep, klap, muilpeer
    «Il m'a filé un marron
    Hij heeft me een opdoffer verkocht.[1]

| | enkelvoud | meervoud | | | ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------- | ------ | | mannelijk / vrouwelijk | marron | marron |

Bijvoeglijk naamwoord

[B] marron

Bijvoeglijk naamwoord

  1. (RAL-kleur) kastanjebruin bn , in een bepaalde tint met RAL-nummer 8015 ( )
Verwante begrippen

Verwijzingen

  1. 1 2 Wouw, Berry van de, Woordenboek populair Frans - Nederlands. Woordenboek van het Frans dat u op school nooit leerde, 2e druk, Breda: Uitgeverij Arti-Choc, 2014; p. 130