meegaand - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen meegaand meegaander meegaandst
verbogen meegaande meegaandere meegaandste
partitief meegaands meegaanders -

Bijvoeglijk naamwoord

meegaand [1]

  1. geneigd zijn om toe te geven
    Van Zanen zou zo meegaand zijn geweest om Duindorp zo "iets te gunnen met de jaarwisseling", maar dat laatste ontkent de gemeente.[2]
    De SGP heeft zich altijd meegaand opgesteld, maar vreest dat dit niet voldoende is. Zeker nu de partij haar tweede zetel in de senaat dreigt kwijt te raken.[3]
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

meegaand

  1. onvoltooid deelwoord van meegaan

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen