meid - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord meid meiden
verkleinwoord meidje(meisje) meidjes(meisjes)

Zelfstandig naamwoord

de meid v

  1. (informeel) jonge vrouw
    • Die meiden hadden weer eens een hoop lol.
      Ze hoopt bijna dat ze de ramen naar boven schuiven en haar roepen, dat ze naar buiten stormen, dat ze smekend op hun knieën vallen en haar hun excuses aanbieden, het spijt ons zo, lieve kleine meid van ons: we zullen je nooit meer tot zulke dingen dwingen.[4]
  2. (verouderd) werkster, dienstmeisje
    Het is alsof de meid over haar dode meesteres wil praten of zelfs over haar wil roddelen, maar dat van niemand mag.[4]
    De meid is zichtbaar onder de indruk: er ligt geen stof, de ramen zijn schoon en het ruikt er naar citroen en rozenwater.[4]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. meid op website: Etymologiebank.nl
  3. "meid" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. 1 2 3
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be