merg - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord merg -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

het merg o

  1. (anatomie) zacht weefsel in de kern van een bot
    • Als het merg is aangetast door radioactiviteit worden er geen rode bloodlichaampjes meer aangemaakt.
  2. (beschrijvende plantkunde) parenchymatische binnenste gedeelte van de plantenstengel of wortel
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. zacht weefsel in de kern van een bot

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Oudnederlands Woordenboek
  3. merg op website: Etymologiebank.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Noors

Zelfstandig naamwoord

merg

  1. verouderde spelling of vorm van marg tot 2005

(verouderd) onbepaalde vorm nominatief enkelvoud, mannelijk