merrie - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord merrie merries
verkleinwoord merrietje merrietjes

Zelfstandig naamwoord

[A] de merrie v

  1. (dierkunde) (paardrijden) vrouwelijk paard
  2. (dierkunde) wijfje van andere paardachtigen en van de kamelen
Verwante begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord merrie merries
verkleinwoord merrietje merrietjes

Zelfstandig naamwoord

[B] de merrie v / m

  1. nachtspook, kwelgeest (niet meer gangbaar buiten de samenstelling nachtmerrie)

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. merrie op website: Etymologiebank.nl
  3. "merrie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. merrie op website: Etymologiebank.nl
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be