mes - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Een broodmes

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mes messen
verkleinwoord mesje mesjes

Zelfstandig naamwoord

[A] het mes o

  1. (gereedschap) (huishouden) een dun lang werktuig met een scherp geslepen kant waarmee bijv. etenswaren gesneden kunnen worden
    • Hij nam een mes en sneed het brood ermee.
  2. (wapen) een voorwerp als onder [1], maar dan als wapen gebruikt (i.p.v. in het huishouden)
    ' Quick pakte haar mes en begon een stukje van de tong op te lichten, en ik had het vreemde gevoel dat ik te veel had gezegd zonder echt iets te zeggen.[4]
    Hij kijkt om zich heen, alsof hij half verwacht dat er vanachter een heg een piraat tevoorschijn springt die hem een mes tegen zijn keel drukt.[5]
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Heel gemakkelijk gaan

Alles in gereedheid brengen (voor iets wat veel inspanning vergt)

Zich keihard voor iets inzetten omdat er heel veel op het spel staat (vaak in de vorm met het mes tussen de tanden)

Allerlei middelen gebruiken om iemand onder druk te zetten

Een examen of onderzoek moeten ondergana; (medisch)

geopereerd worden

Een examen hebben, ofwel: in angstige omstandigheden zitten

Spreekwoorden

Dat is een echte uitdaging

De rechtspraak reikt ver

  1. Iets levert op twee manieren en/of voor beide partijen voordeel op; 2) Men kan er op verschillende manieren tegenaan kijken

Uiterlijk vertoon bewijst niets, ofwel: het gereedschap hebben maakt iemand nog geen vakman

Overerving en ontlening
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

[B] het mes o

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) overledene in de uitdrukking: kaals mes
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "mes" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. mes op website: Etymologiebank.nl
  3. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands

  4. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704

  5. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

mes

  1. (gereedschap) mes

Meer informatie

Frans

Uitspraak
Woordafbreking
nominatief genitief datief accusatief benadrukt
je mon / ma / mes moi me moi
Bezittelijke voornaamwoorden in het Frans
bezitter: wat bezeten wordt:
enk mv
m v
enk 1e pers. mon ma mes
2e pers. ton ta tes
3e pers. son sa ses
mv 1e pers. notre nos
2e pers. votre* vos*
3e pers. leur leurs
* als beleefdheidsvorm zowel meervoud als enkelvoud

Bezittelijk voornaamwoord

mes mv (m en v)

  1. mijn (bij woorden in het meervoud)
    «Je cherche mes parents.»
    Ik ben op zoek naar mijn ouders.
Uitdrukkingen en gezegden
  1. «Les amis des mes amis sont mes amis.»
    Vrienden van mijn vrienden zijn ook mijn vrienden.

Fries

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

mes

  1. (gereedschap) mes

Meer informatie

Limburgs

Uitspraak

Persoonlijk voornaamwoord

mes

  1. onbeklemtoond genitief van ich.

Litouws

Uitspraak

Persoonlijk voornaamwoord

mes

  1. wij

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
enkelvoud meervoud
mes meses

Zelfstandig naamwoord

mes m

  1. maand