mild - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen mild milder mildst
verbogen milde mildere mildste
partitief milds milders -

Bijvoeglijk naamwoord

mild

  1. zachtaardig, welwillend
    • Hij is een milde man.
      Toch had zowel de Luftwaffe als het Duitse leger de overwonnen Engelsen bij Duinkerken op de mildst denkbare manier behandeld.[2]
  2. gul.
    • Zij doet milde giften.
  3. zacht.
    • Ik heb laatst nog milde shampoo gekocht.
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "mild" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044628142
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Duits

stellend vergrotend overtreffend
mild milder am mildesten
alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

mild

  1. mild

Engels

Uitspraak
stellend vergrotend overtreffend
mild milder mildest

Bijvoeglijk naamwoord

mild

  1. zachtaardig
  2. mild