minuta - WikiWoordenboek (original) (raw)

Frans

Werkwoord

vervoeging van
minuter

minuta

  1. derde persoon enkelvoud verleden tijd (passé simple) van minuter

Hoogsilezisch

Zelfstandig naamwoord

minuta v

  1. (eenheid)(natuurkunde)(tijdrekening) minuut; eenheid van tijd

Meer informatie

Nedersorbisch

Zelfstandig naamwoord

minuta v

  1. (eenheid)(natuurkunde)(tijdrekening) minuut; eenheid van tijd
Afgeleide begrippen

Oppersorbisch

Zelfstandig naamwoord

minuta v

  1. (eenheid)(natuurkunde)(tijdrekening) minuut; eenheid van tijd
Synoniemen

Pools

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

minuta v

  1. (eenheid)(natuurkunde)(tijdrekening) minuut; eenheid van tijd
  2. (eenheid)(wiskunde) minuut; eenheid voor hoeken
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

minuta v

  1. (eenheid)(natuurkunde)(tijdrekening) minuut; eenheid van tijd
    «Je za deset minut dvanáct.»
    Het is tien voor twaalf.
  2. (eenheid)(wiskunde) minuut; eenheid voor hoeken
Verbuiging

| | enkelvoud | meervoud | | | ---------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------- | | nominatief | minuta | minuty | | genitief | minuty | minut | | datief | minutě | minutám | | accusatief | minutu | minuty | | vocatief | minuto | minuty | | locatief | minutě | minutách | | instrumentalis | minutou | minutami |

Afkorting
  1. min
  2. '
Synoniemen
  1. úhlová minuta v, (verouderd) oblouková minuta v
Hyperoniemen
  1. jednotka času v
  2. jednotka úhlu v
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
Verwante begrippen
den monbezield desetiletí o hodina v měsíc monbezield milénium / tisíciletí o minus monbezield rok monbezield sekunda v / vteřina v století o / věk monbezield týden monbezield

Meer informatie

Verwijzingen

Werkwoord

minuta

  1. vrouwelijk enkelvoud passief deelwoord van het perfectieve werkwoord minout
  2. onzijdig meervoud passief deelwoord van het perfectieve werkwoord minout