mistroostig - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: mistroostig (hulp, bestand)
Woordafbreking
- mis·troos·tig
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘neerslachtig’ voor het eerst aangetroffen in 1410 [1]
- Afgeleid van mistroost met het achtervoegsel -ig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | mistroostig | mistroostiger | mistroostigst |
| verbogen | mistroostige | mistroostigere | mistroostigste |
| partitief | mistroostigs | mistroostigers | - |
Bijvoeglijk naamwoord
mistroostig
- depressief stemmend, niet op te vrolijken
Vertalingen
1. depressief stemmend, niet op te vrolijken
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| mistroostig | mistroostiger | het mistroostigst |
Bijwoord
mistroostig
- op mistroostige wijze
Gangbaarheid
- Het woord mistroostig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "mistroostig" herkend door:
| 94 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 95 % | van de Vlamingen.[4] |
Verwijzingen
- ↑ "mistroostig" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ blz 73 Vluchtelingenkamp Westerbork
Volume 7 of Westerbork cahiers
Gino Huiskes, Reinhilde van der Kroef, D. Mulder
Uitgeverij Van Gorcum, 1999
ISBN 902323488X, ISBN 9789023234883 - ↑ David Mitchell Wolkenatlas vertaald door Aad van der Mijn 2005 ISBN 9021474840 pagina 9
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be