modderig - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen modderig modderiger modderigst
verbogen modderige modderigere modderigste
partitief modderigs modderigers -

Bijvoeglijk naamwoord

modderig

  1. vuil door vochtige aarde
    • Hij loopt met zijn modderige laarzen door het pas schoongemaakte huis.
  2. met de aard van modder, blubber
    • Na de regenbui was het erf een grote modderige bende geworden.
      'Heil Hitler'March negeerde hem en gleed de modderige oever af om de dode te onderzoeken.[1]
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen