morgen - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: morgen (hulp, bestand)
- IPA: / ˈmɔrɣə(n) / (2 lettergrepen)
- (Noord-Nederland): /ˈmɔrxə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈmɔrɣə(n)/
Woordafbreking
- mor·gen
Woordherkomst en -opbouw
- erfwoord, via Middelnederlands morghen van Oudnederlands morgan [1] [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | morgen | morgens |
| verkleinwoord | morgentje | morgentjes |
Zelfstandig naamwoord
de morgen m
- (tijdrekening) het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
- [1] avond, dag, etmaal, middag, nacht, namiddag, noen, middernacht, voormiddag
- [2] acre, akker, are, bunder
Uitdrukkingen en gezegden
- Morgen brengen!
- Een gat in de dag ( of morgen) slapen
- Stel niet uit tot morgen, wat je vandaag kunt doen
doelt op actie, wees niet lui of gemakzuchtig, ga door en wel nu. ofwel: door nu het werk al te doen geeft het later een rustiger gevoel
- Vandaag Hosanna, morgen kruist hem
Vertalingen
1. eerste deel van de dag
Bijwoord
morgen
- (tijdrekening) de eerstvolgende dag na vandaag
▸ 'Waarom ga je morgen niet even langs bij de huisarts?' 'Hij ziet me alweer komen. Ik ken zijn assistente beter dan hijzelf.'[6]
▸ Morgen hebben we een rondleiding door Palermo en slapen we hier nog een keer ' Al zie ik ertegen op om de kamer met deze vrouw te delen, dat we nog een extra vrije dag hebben komt als een opluchting.[6]
▸ In Assen komen de twee beelden samen in Window of my Eyes, een tentoonstelling in het Drents Museum over leven en werk van Harry Muskee, die met zijn Cuby + Blizzards legendarisch werd met een heel eigenzinnige Nederblues. De tentoonstelling opent morgen voor het publiek.[7]
▸ ’Kunnen we morgen wel richting Kennedy Meadows lopen?’ ‘Is er een alternatieve looproute?’[8]
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. eerstvolgende dag na vandaag
Tussenwerpsel
morgen
Gangbaarheid
- Het woord morgen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "morgen" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[9] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- 1 2 morgen op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "morgen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- 1 2
Marion Pauw e.a.
“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340 - ↑
Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS - ↑
Tim Voors
“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Duits
Uitspraak
Woordafbreking
- mor·gen
Bijwoord
morgen
- (tijdrekening) morgen: de eerstvolgende dag na vandaag.
«Ich muss morgen früh aufstehen.»
Ik moet morgen vroeg opstaan.
Verwante begrippen
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- mor·gen
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoordse woord morginn
| Naar frequentie | 175 |
|---|
| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | morgen | morgenen | morgenermorgner | morgenenemorgnene | | genitief | morgens | morgenens | morgenersmorgners | morgenenesmorgnenes |
Zelfstandig naamwoord
morgen, m
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
- i morgen
morgen
Uitdrukkingen en gezegden
- God morgen!
Goede morgen!