morgen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord morgen morgens
verkleinwoord morgentje morgentjes

Zelfstandig naamwoord

de morgen m

  1. (tijdrekening) het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

doelt op actie, wees niet lui of gemakzuchtig, ga door en wel nu. ofwel: door nu het werk al te doen geeft het later een rustiger gevoel

Vertalingen

1. eerste deel van de dag

Bijwoord

morgen

  1. (tijdrekening) de eerstvolgende dag na vandaag
    'Waarom ga je morgen niet even langs bij de huisarts?' 'Hij ziet me alweer komen. Ik ken zijn assistente beter dan hijzelf.'[6]
    Morgen hebben we een rondleiding door Palermo en slapen we hier nog een keer ' Al zie ik ertegen op om de kamer met deze vrouw te delen, dat we nog een extra vrije dag hebben komt als een opluchting.[6]
    In Assen komen de twee beelden samen in Window of my Eyes, een tentoonstelling in het Drents Museum over leven en werk van Harry Muskee, die met zijn Cuby + Blizzards legendarisch werd met een heel eigenzinnige Nederblues. De tentoonstelling opent morgen voor het publiek.[7]
    ’Kunnen we morgen wel richting Kennedy Meadows lopen?’ ‘Is er een alternatieve looproute?’[8]
Synoniemen
Verwante begrippen
lente voorjaar zomer herfst najaar winter
ochtendmorgen lenteochtendlentemorgen voorjaarsochtendvoorjaarsmorgen zomerochtendzomermorgen herfstochtendherfstmorgen najaarsochtendnajaarsmorgen winterochtendwintermorgen
middag lentemiddag voorjaarsmiddag zomermiddag herfstmiddag najaarsmiddag wintermiddag
avond lenteavond voorjaarsavond zomeravond herfstavond najaarsavond winteravond
nacht lentenacht voorjaarsnacht zomernacht herfstnacht najaarsnacht winternacht
dag maandagmaandags's maandags dinsdagdinsdags's dinsdags woensdagwoensdags's woensdags donderdagdonderdags's donderdags vrijdagvrijdags's vrijdags zaterdagzaterdags's zaterdags zondagzondags's zondags
ochtendmorgen's ochtends's morgens maandagochtendmaandagmorgenmaandagsochtendsmaandagsmorgens dinsdagochtenddinsdagmorgendinsdagsochtendsdinsdagsmorgens woensdagochtendwoensdagmorgenwoensdagsochtendswoensdagsmorgens donderdagochtenddonderdagmorgendonderdagsochtendsdonderdagsmorgens vrijdagochtendvrijdagmorgenvrijdagsochtendsvrijdagsmorgens zaterdagochtendzaterdagmorgenzaterdagsochtendszaterdagsmorgens zondagochtendzondagmorgenzondagsochtendszondagsmorgens
middagvoormiddagnamiddag's middags maandagmiddagmaandagvoormiddagmaandagnamiddagmaandagsmiddags dinsdagmiddagdinsdagvoormiddagdinsdagnamiddagdinsdagsmiddags woensdagmiddagwoensdagvoormiddagwoensdagnamiddagwoensdagsmiddags donderdagmiddagdonderdagvoormiddagdonderdagnamiddagdonderdagsmiddags vrijdagmiddagvrijdagvoormiddagvrijdagnamiddagvrijdagsmiddags zaterdagmiddagzaterdagvoormiddagzaterdagnamiddagzaterdagsmiddags zondagmiddagzondagvoormiddagzondagnamiddagzondagsmiddags
avond's avonds maandagavondmaandagsavonds dinsdagavonddinsdagsavonds woensdagavondwoensdagsavonds donderdagavonddonderdagsavonds vrijdagavondvrijdagsavonds zaterdagavondzaterdagsavonds zondagavondzondagsavonds
nacht's nachts maandagnachtmaandagsnachts dinsdagnachtdinsdagsnachts woensdagnachtwoensdagsnachts donderdagnachtdonderdagsnachts vrijdagnachtvrijdagsnachts zaterdagnachtzaterdagsnachts zondagnachtzondagsnachts
Vertalingen

1. eerstvolgende dag na vandaag

Tussenwerpsel

morgen

  1. (verkorting) goedemorgen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[9]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. 1 2 morgen op website: Etymologiebank.nl
  3. "morgen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  6. 1 2
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  7. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2025 Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS

  8. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  9. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Duits

Uitspraak
Woordafbreking

Bijwoord

morgen

  1. (tijdrekening) morgen: de eerstvolgende dag na vandaag.
    «Ich muss morgen früh aufstehen.»
    Ik moet morgen vroeg opstaan.
Verwante begrippen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 175

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | morgen | morgenen | morgenermorgner | morgenenemorgnene | | genitief | morgens | morgenens | morgenersmorgners | morgenenesmorgnenes |

Zelfstandig naamwoord

morgen, m

  1. (tijdrekening) morgen, ochtend
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden

morgen

Uitdrukkingen en gezegden

Goede morgen!