naaktheid - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord naaktheid naaktheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de naaktheid v

  1. het naakt zijn
Vertalingen

1. het naakt zijn

Duits: Nacktheit (de) v Engels: nudity (en) Frans: nudité (fr) v Spaans: desnudez (es) v

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be